In 1922 werd het orgel van de St. Josef Kirche in Bocholt te koop aangeboden. De achterliggende redenen zijn niet bekend. Wellicht ervoer men de stijl waarin het orgel was gebouwd als verouderd, of vond men de mogelijkheden te beperkt.

Het orgel werd aangekocht door de Christelijke Gereformeerde Kerk van Leiden. De Leidse orgelbouwers vader en zoon Bik reisden op 15 mei 1922 af naar Bocholt om het orgel te demonteren. Op 15 juni arriveerde het orgel in Leiden en het werd op 25 september officieel in gebruik genomen. In december van dat jaar plaatste P.C. Bik een elektrische windmotor.

In de jaren 30 van de twintigste eeuw begon het orgel slijtage te vertonen. In 1940 volgde een restauratie. De betrokken orgelbouwer was de klus echter niet machtig: Het karwei werd afgemaakt door orgelbouwer Van Leeuwen uit Leiderdorp.

Twintig jaar later vroeg het orgel opnieuw om onderhoud. In 1963 werd het orgel daarom herbouwd door de orgelbouwers Fonteyn en Gaal. Er kwamen onder meer een nieuwe membraanladen en een nieuwe speeltafel. Verder werd de tractuur elektro-pneumatisch. Het registerbestand bleef voor een groot deel gehandhaafd en er werd geprobeerd om de klank aan te passen aan de heersende neobarokke mode. De adviseur bij de werkzaamheden was C. Hanegraaff.

Het orgel | Orgelbouwer | St. Josef Kirche | Dispositie 1897 | Overplaatsing  | Herbouw 2010